MENU
nl

U gaat vele mussen te boven

Mattheus 10:29-31
Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet en van die zal op de aarde vallen buiten uw vader om. En ook de haren op uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes* te boven.

Een aantal jaar geleden was ik ziek. Spanning in mijn hele lijf, benauwd, paniekaanvallen, geen energie en overal bang voor. Bang voor mijn eigen lijf, bang voor wat er nog zou gaan gebeuren. Ik wist niet wat er mis was, onderzoeken in het ziekenhuis vertelden maar één ding: je bent kerngezond, er is niets mis met jou. Maar toch voelde ik mij ellendig.

Vanuit de omgeving was er veel onbegrip, men begreep het niet. En hoe kan je uitleggen wat je zelf ook niet begrijpt? Ik voelde mij enorm eenzaam, niet gezien, niet gehoord. Ook door God. Waar was Hij dan? Wat kon ik van Hem dan verwachten? Begreep Hij het wel? Waarom antwoordde Hij niet? Hield Hij wel van mij?

Dat besloot ik aan Hem te vragen. Gewoon als een kind: “papa God, houdt u van mij? Wilt u mij dat laten zien?” In eerste instantie gebeurde er niets en was ik teleurgesteld. Ik was toen op het punt dat ik bijna niets meer kon, behalve op de bank zitten en naar buiten staren. Mijn lijf en hoofd wilden niet meer mee. Dus ik overleefde weer verder, benauwd en bang.

We hadden al een half jaar een voederbol aan het raam hangen, tevergeefs, want in onze wijk waren geen kleine vogeltjes. Heel jammer, want ik hou van vogeltjes, vooral van mussen. Die heerlijke, brutale, vliegende aapjes. Tot die ene dag in juni. Het was warm, dus ons huis zat potdicht en ik probeerde met ventilators en flessen bevroren water het een beetje koel te houden binnen. Terwijl ik op de bank een boek las, hoorde ik een geluid van buiten. Het was een geluid dat ik nog niet eerder gehoord had. Ik kon het niet plaatsen, wist niet waar het vandaan kwam. Later hoorde ik het nog eens. Gauw de ventilator uit. Ik keek naar buiten en daar zat hij. Een musje. Eén mus. In de voederbol.

De dagen erna zagen we hem steeds vaker en we hóórden hem ook. Hij zat op ons huis (ja echt alleen op ons huis) en riep de hele dag luidkeels. Niet te missen! We hadden een mus! Als wij buiten rustig in de zon zaten, kwam hij ook. Hij was niet bang. Ik was dolblij, de mus was voor mij echt een lichtpuntje, meerdere keren per dag.

Maar, we kennen God, daar bleef het niet bij. De maand erop waren er twee mussen. ‘Onze’ mus had een vrouwtje gevonden. Nog geen maand later kwamen er babymussen. En daarna een andere soorten mussen. En koolmeesjes. Pimpelmeesjes, merels, vinkjes, noem maar op. Ik heb zelfs een winterkoninkje gespot. En in de winter overwinterd er een roodborstje bij ons.

Gods antwoord op mijn vraag of hij van mij hield: ja, overvloedig!

https://www.youtube.com/watch?v=EhISAZIL_ig

Veel liefs,
Sandra de Nijs

*mussen, mezen, vinken, merels, winterkoninkjes, roodborstjes, halsbandparkieten, lijsters, duiven, eksters.


    Hans

    Hans Rodenburgh